“De bank zegt nee” is geen plan. Het is een startpunt.
Horeca starten kost geld vóór de eerste gast betaalt: borg, verbouwing, voorraad, personeel, marketing, buffer. Wie dat alleen uit spaargeld trekt, heeft rust. Wie dat niet kan, heeft een mix nodig — en moet weten wat elke bron écht kost aan vrijheid.
Hieronder de routes die starters in Nederland het meest tegenkomen, wat een financier wil zien, en waar de addertjes zitten. Bedragen en plafonds veranderen: check altijd de actuele voorwaarden bij Qredits, RVO, je gemeente en Ondernemersplein.
01Eigen inbreng: geen nice-to-have
Bijna elke serieuze financier vraagt: wat leg je zelf in? Niet omdat ze gemeen zijn. Omdat zij niet het hele risico willen dragen van een concept dat nog nooit een dag open was.
Eigen inbreng is spaargeld, een schenking, onderhandse lening van familie (op papier, met rente en aflossing), of de inbreng van spullen tegen een reële waarde. “Ik werk de eerste maanden gratis” telt zelden als eigen vermogen.
Reken ook een buffer ná opening. De eerste weken zijn zelden winstgevend. Wie elke cent in de verbouwing stopt, gaat in week drie in de min op de boodschappen.
02De bank: mogelijk, niet vanzelfsprekend
Grote banken financieren horeca, maar ze zijn kieskeurig. Ze kijken naar onderpand, trackrecord, locatie en of jij dit vak al kent. Een starter zonder horeca-cv en zonder pand als onderpand krijgt vaker een “niet in deze vorm” dan een ja.
Wat de kans vergroot:
- een compleet ondernemingsplan met realistische scenario’s (slecht / normaal / goed)
- eigen inbreng die serieus voelt, niet symbolisch
- onderpand of een borgstelling (zie BMKB hieronder)
- een locatie waarvan de huur past bij je concept — niet andersom
Loop niet met een vaag idee naar het spreekuur. Loop met cijfers, een plattegrond en een antwoord op: wat als het drie maanden tegenzit?
03Qredits: microkrediet voor wie de bank lastig vindt
Qredits is een sociale kredietverstrekker, opgezet voor ondernemers die bij een bank moeilijk terechtkunnen. Voor starters is het vaak de meest concrete route: microkrediet voor kleinere bedragen, en een MKB-krediet als je meer nodig hebt. De exacte maxima, rente en looptijd check je op qredits.nl — die cijfers wijzigen.
Wat Qredits anders maakt dan een klassieke bank:
- ze kijken zwaar naar jou en je plan, niet alleen naar stenen als onderpand
- coaching en begeleiding horen er vaak bij — geen straf, een voordeel als je voor het eerst onderneemt
- eigen inbreng is niet altijd verplicht, maar versterkt je aanvraag wél
- ze kunnen de BMKB-borgstelling inzetten, net als een bank
04BMKB: de overheid als borg, niet als geldautomaat
De Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) loopt via RVO. Jij vraagt die niet zelf aan. Jouw financier (bank, Qredits of een aangesloten kredietverstrekker) doet dat. De overheid staat borg voor een deel van het krediet, zodat de financier meer durft uit te lenen dan jouw onderpand toelaat.
Er is een variant voor bedrijven die al langer bestaan, en een startersmogelijkheid als je nog geen lange historie hebt. Voorwaarden, percentages en looptijd staan op rvo.nl en Ondernemersplein — check die actueel, want regelingen worden verlengd of aangepast.
- BMKB verlaagt het risico van de financier, niet jouw terugbetalingsplicht
- er hangt een premie/provisie aan; vraag die zwart-op-wit in het aanbod
- niet elk concept valt eronder; vastgoedexploitatie is vaak uitgesloten, een eigen bedrijfspand soms wél te financieren onder voorwaarden
Vraag je financier letterlijk: “Kunnen jullie BMKB inzetten, en wat verandert dat aan mijn rente, aflossing en eigen inbreng?”
05Bbz: via de gemeente, als je vanuit een uitkering start
Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) is geen horecasubsidie. Het is gemeentelijke steun voor mensen die een levensvatbaar bedrijf willen starten (vaak vanuit de bijstand) of als bestaande kleine zelfstandige in de knel zitten.
Typische vormen: een lening voor bedrijfskapitaal, of inkomensondersteuning in de startfase. De gemeente beoordeelt je plan — vaak met een extern bureau — op levensvatbaarheid. Dat is streng, en terecht: ze lenen publiek geld.
Doorlooptijd is weken tot maanden. Plan dat in, naast je vergunningen.
06Brouwerij- en leveranciersfinanciering: geld met een haakje
Brouwerijen, groothandels en koffieleveranciers financieren soms (een deel van) je inrichting, tap of verbouwing. Dat voelt als een win: minder eigen geld, apparatuur in bruikleen, een accountmanager die “meedenkt”.
De tegenprestatie is bijna altijd een afnameverplichting: je tapt hun bier, schenkt hun frisdrank, koopt hun koffie — vaak jaren, met exclusiviteit. Stoppen, een tweede taplijn of een ander merk kan duur uitpakken. Dat staat in dezelfde kleine lettertjes als bij bruikleendeals.
- Wat is de hoofdsom, wat is “investering in jouw pand”, wat blijft hun eigendom?
- Welke hectoliters of inkoopvolumes moet je halen — en wat als je die mist?
- Is de financiering gekoppeld aan het huurcontract of het pand?
- Wat gebeurt er bij verkoop van de zaak, faillissement of conceptwijziging?
07Crowdfunding en lease: twee andere smaken
Crowdfunding (lening of voorverkoop) werkt als je een verhaal hebt dat mensen willen steunen: buurtcafé, duurzaam concept, bekende kok. Platforms hebben kosten en je moet investeerders of leners terugbetalen. Een campagne kost tijd — foto’s, video, updates — die je níét in de verbouwing steekt. Belofte je “gratis openingsdiner”, dan moet de keuken dat aankunnen.
Financial lease of operational lease van inventaris (vaatwasser, oven, kassa, meubilair) spreidt de uitgave. Je bouwt geen of weinig eigendom op bij operational lease; bij financial lease vaak wel, aan het eind. Reken de maandlast mee in je vaste lasten. Lease voelt lichter dan een lening, tot je merkt dat je vijf contracten hebt die allemaal doorlopen als het tegenzit.
08Wat een financier écht wil zien
Of het nu de bank, Qredits of de Bbz-toetser is: het pakket is herkenbaar.
- Ondernemingsplan — wie je bent, welk concept, welke gast, waarom deze locatie, hoe je je onderscheidt, welke vergunningen je nodig hebt en hoe ver die zijn.
- Exploitatiebegroting — omzet per dagdeel, inkoop, personeel, huur, marketing, afschrijving. Drie scenario’s, geen wishful thinking.
- Liquiditeitsbegroting — wanneer het geld binnenkomt en wanneer het eruit gaat. Horeca is seizoen, weer en weekend. Een winstgevende maand kan alsnog een tekort op de rekening geven als je voorraad en borg vóóraf betaalt.
- Investeringsbegroting — wat kost starten, tot op de post. Inclusief werkkapitaal.
- Bewijs van eigen inbreng en van de overige dekking (leverage, lease, leverancier).
Wie dit niet rond heeft, gaat niet “even een lening halen”. Wie dit wél rond heeft, kan vergelijken in plaats van smeken.
09Een volgorde die starters geld bespaart
- Concept en locatie scherp — inclusief vergunningcheck
- Break-even en liquiditeit op papier
- Eigen inbreng en buffer vastzetten
- Leveranciersdeals naast elkaar (niet tekenen vóór de financiering rond is)
- Qredits / bank / Bbz parallel verkennen, met hetzelfde pakket stukken
- Pas dán huur definitief, of met opschortende voorwaarde financiering + vergunning
Wat je vandaag nog kunt doen
- Zet eigen inbreng, startkosten en drie maanden buffer in één kolom
- Open de actuele pagina’s van Qredits, RVO (BMKB) en je gemeente (Bbz) — noteer voorwaarden, geen aannames
- Vraag bij twee leveranciers of ze financieren, en wat de afnameverplichting is
- Maak een liquiditeitsbegroting per week voor de eerste drie maanden
Financiering is geen ja/nee van één loket. Het is een stapel: eigen geld, soms Qredits of de bank, soms een borgstelling, soms een brouwerij. De kunst is dat je de stapel doorziet vóór je tekent — niet erna.